Ontslag op staande voet in verband met internetgebruik

Barbara Spliet

Met de komst van de WWZ is een ontslag op staande voet er niet makkelijker op geworden. Door een ontslag op staande voet beland je in een juridisch moeras, zo wordt wel eens gesteld. Dat een ontslag op staande voet niet lichtzinnig gegeven moet worden onderschrijven wij, maar hoeft niet te worden uitgesloten. Dit blijkt ook uit een recente uitspraak van de Rechtbank Amsterdam:

Een werkneemster werd op staande voet ontslagen, omdat zij zich schuldig maakte aan herhaaldelijk internetgebruik op de werkvloer. Daaraan lag onder meer ten grondslag dat de werkgever in een memo aan het personeel had meegedeeld dat het niet meer was toegestaan om de mobiele telefoon, Ipad, laptop of welk apparaat dan ook waarmee kan worden gebeld, gechat, getext, of dat voor welke vorm van internet dan ook gebruikt kan worden, tijdens werktijd bij zich te hebben. De werkneemster heeft vervolgens twee schriftelijke waarschuwingen gehad onder meer voor het gebruik van internet tijdens werktijd. Ondanks deze waarschuwingen werd werkneemster weer gezien terwijl zij zat te internetten. Vervolgens werd werkneemster op staande voet ontslagen.

De kantonrechter vond dit ontslag op staande voet rechtsgeldig. Daarnaast was de rechter van mening dat het stelselmatig handelen in strijd met de bedrijfsregels en daarmee doorgaan ondanks meerdere schriftelijk waarschuwingen, ernstig verwijtbaar is en er dus ook geen recht bestond op een transitievergoeding.

Met deze uitspraak wordt bevestigd dat het hanteren van duidelijke richtlijnen kan helpen bij een ontslag op staande voet: het is voor werknemers dan immers beter duidelijk wat wel en niet mag en daar kunnen ze vervolgens ook op aangesproken worden. Een punt wat wel onderbelicht lijkt te zijn gebleven in deze uitspraak is dat uit rechtspraak blijkt dat werknemers tot op zekere hoogte tijdens werktijd privécontacten moeten kunnen onderhouden en het dus de vraag is of je internetten volledig kan verbieden. Misschien toch aanleiding voor hoger beroep en gevaar alsnog in het juridische moeras te belanden?

 

 

 

 

 

This entry was posted in Nieuws. Bookmark the permalink. Both comments and trackbacks are currently closed.