Signaleringen arbeidsrecht – Arbowetgeving, detacheringsrichtlijn en billijke vergoeding

Barbara Spliet

Hierna volgt een overzicht van enkele relevante ontwikkelingen in de arbeidsrechtpraktijk:

•  Arbowetgeving: Vanaf 1 juli 2018 moeten werkgevers voldoen aan de nieuwe Arbowet. Werkgevers hebben dan ook tot 1 juli 2018 nog de tijd om hun arbo-contract met de arbodienstverlener te wijzigen. Daarna kunnen boetes volgen van de Inspectie SZW. De nieuwe regels betekenen onder meer dat de werkgever een basiscontract moet hebben. Hierin staan de minimumeisen ten aanzien van de afspraken tussen arbodienstverleners en werkgevers, onder andere over de vrije toegang tot de werkvloer. Er kan ook worden gekozen voor een maatwerkregeling. Een andere belangrijke wijziging in de Arbowet is de mogelijkheid voor werknemers om een second opinion te vragen van een andere bedrijfsarts. Dit is wat anders dan het deskundigenoordeel van het UWV. Kijk op www.arboportaal.nl/arbozorg voor een handige toolkit.

•  Detacheringsrichtlijn: Het Europees Parlement heeft ingestemd met de nieuwe Detacheringsrichtlijn. De Richtlijn zal naar verwachting in 2020 in Nederlandse wetgeving worden omgezet. Deze Richtlijn is van toepassing op werknemers die tijdelijk in een andere lidstaat van de Europese Unie tewerk worden gesteld. Zij krijgen recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden wanneer ze hetzelfde werk verrichten als werknemers uit het gastland. De maximale termijn van detachering gaat van onbeperkt naar twaalf maanden, met een mogelijke verlenging van zes maanden. Wanneer werknemers langer gedetacheerd worden, gaat de wetgeving inzake arbeidsrecht van de gastlidstaat gelden, waaronder de regels van ontslag. Vergoedingen zoals transportkosten en bezoldigingskosten mogen niet langer op het loon worden ingehouden.

•  Billijke vergoeding van ongeveer zes ton: Recent oordeelde de kantonrechter dat een werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door een werknemer direct uit zijn functie te ontheffen en te blijven aansturen op een einde van de arbeidsovereenkomst, ondanks de afwijzing van de ontslagaanvraag door het UWV. De werkgever wilde onder meer de verstoring in de arbeidsverhouding niet herstellen. De rechter vond de toekenning van een billijke vergoeding in de rede liggen. Mede in verband met het lange eenzijdige dienstverband van de werknemer en het feit dat hij na zijn middelbare school geen vervolgopleiding heeft gedaan wordt de inkomens- en pensioenschade geschat op EUR 671.000. De kantonrechter brengt hierop wel de helft van het bedrag ter hoogte van de transitievergoeding in mindering, omdat de transitievergoeding immers is bedoeld als tegemoetkoming in de kosten van activiteiten om weer een inkomen te verwerven en tevens van verwachte inkomensschade.

 

 

This entry was posted in Nieuws. Bookmark the permalink. Both comments and trackbacks are currently closed.